Terug Wat houdt SDV eigenlijk in?Net als de overige vmbo afdelingen/programma`s bestaat het beroepsvoorbereidend deel SDV uit de verplichte vakken van het gemeenschappelijk deel: Nederlands, Engels, lichamelijke opvoeding, Maatschappijleer I en CKV I. In de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg komen daar de vakken Economie of Biologie als sectorvak bij. Zo kunnen leerlingen aansluiten op mbo- opleidingen als: Sport en bewegen (mbo sb), (Facilitaire) Dienstverlening en mbo (Vrede en Veiligheid/Orde en Veiligheid). Daarnaast bereidt de opleiding de leerlingen goed voor op de politieopleiding (allround) politiemedewerker, de landmacht en marechaussee. Competentiegericht
Kenmerkend is het competentiegerichte karakter van het programma SDV. Hiermee wordt geprobeerd het vmbo-onderwijs te verbeteren, het moment van niveaubepaling uit te stellen en de kans op uitval in het mbo te verkleinen. Daarnaast sluit een competentiegericht programma naadloos aan bij vergelijkbare ontwikkelingen in het mbo en hbo. Binnen SDV wordt een competentie gezien als een geïntegreerd geheel van motivatie, persoonlijke kwaliteiten, vaardigheid, en kennis waarmee iemand in staat is een opdracht in een beroepssituatie tot een goed einde te brengen. Een leerling is dus competent als hij een prestatie naar ieders tevredenheid heeft geklaard. Competenties, vaardigheden en kennis worden dan - in onderlinge samenhang - zichtbaar in het gedrag en handelen van de leerling.
Prestaties
Leerlingen oefenen hun persoonlijke kwaliteiten aan de hand van ‘prestaties’. Prestaties zijn uitdagende opdrachten die gerelateerd zijn aan de SDV beroepenvelden. Enkele voorbeelden van prestaties: · bezoek diverse trainingen van topclubs in Rotterdam; · maak het surveillancerooster voor de docenten op de afdeling; · maak een fotoreportage van de werkvelden binnen SDV; · geef een workshop over een onderwerp waar je goed in bent; · verzorg één pagina van de schoolkrant; · organiseer een informatiemarkt voor basisscholen van de opleiding SDV; · regel een survivalkamp voor je eigen klas.
In de tweede en volgende periodes worden de prestaties en contexten geleidelijk complexer, zodat de leerlingen geleidelijk met een hoger vaardigheids -, en kennisniveau worden geconfronteerd en zo competenties op een hoger niveau kunnen laten zien.
|