Eerst onderzoeken, dan verbeterenVeel docenten zijn in hun opleiding vertrouwd gemaakt met onderzoek, maar worden in hun eigen school daar nauwelijks op aangesproken. Het kennis-, innovatie- en onderzoekscentrum biedt scholen een nieuw perspectief door onderzoeksvaardigheden van docenten in te zetten voor het verbeteren van de schoolpraktijk. Op papier ziet veel beleid er mooi uit. Maar als in de schoolgids staat dat we persoonlijke groei van leerlingen belangrijk vinden, waar zien we dat dan aan? Hoe doen we dat? Wat doen we precies in de coachings/mentoruren? Deze vragen krijgen te weinig onderbouwde antwoorden. Maar eigenlijk zouden schoolleiding, docenten en leerlingen die antwoorden moeten kunnen zoeken in eigen of elders gedaan onderzoek. Zoiets zou de kennis over de onderwijsontwikkelingen in school op een hoger peil brengen en baseert innovaties op onderzoeksresultaten in plaats van op hypes en overtuigingen. Het project kennis-, innovatie- en onderzoekscentrum of KIOSC wil op scholen een onderzoeksmatige cultuur introduceren zodat schoolleiding en docenten inderdaad gebruik maken van onderzoeksresulta-ten om antwoorden te vinden en plannen te onderbouwen. Zo’n cultuur is nodig omdat onderwijsvernieuwingen te vaak voortkomen uit plannen van buiten de school. Daardoor mislukken die vernieuwingen of bestaan er grote twijfels over de positieve effecten ervan. Mentoruur De deelnemers aan het project KIOSC verwachten, dat het lerend en innovatief vermogen van hun school zal toenemen als schoolleiding, docenten en leerlingen gezamenlijk onderzoek doen naar onderwijsleerprocessen in de school. Bovendien krijgt de professionalisering van docenten een extra impuls door het ontwikkelen van onderzoeksmatige competenties. Want hoewel veel docenten in hun opleiding vertrouwd zijn gemaakt met onderzoek, worden competenties op dat gebied in de praktijk nauwelijks aangesproken. Een van die scholen is de Echnaton Scholengemeenschap te Almere. Projectleider Cor Verbeek vertelt: “Binnen Echnaton zijn wij bezig met het introduceren van onderzoeksmatig werken. Dat wil zeggen dat de docenten zelf bepalen wat zij willen gaan onderzoeken. Wij hebben gekozen voor het thema van de persoonlijke groei van de leerling en hoe onze begeleidingsstructuur daaraan bijdraagt. Tijdens een studiemiddag hebben docenten elkaar systematisch bevraagd rondom dit thema, toegespitst op het coachings/mentoruur dat wij hanteren.” Invalshoeken De zes deelnemende scholen verschillen sterk van elkaar; zowel in omvang, geografische ligging, denominatie, aanwezige sectoren als in pedagogische uitgangspunten. Om optimaal te profiteren van de verschillen hebben de scholen projectondersteuning gevraagd van het Centrum voor Nascholing Amsterdam. CNA adviseert en ondersteunt de schoolleiders bij het inrichten van een eigen KIOSC en traint schoolleiding, docenten en leerlingen in het verrichten van onderzoek. Ard Vermeulen verzorgt de scholing Onderzoeksvaardigheden voor de scholen. Zij vertelt dat de helft van de deelnemers aan de scholing een universitaire opleiding genoten heeft. “Maar toen iemand vroeg: ‘Wie gebruikt de kennis van onderzoek in zijn werk?’ bleek, dat academische onderzoeksvaardigheden niet echt bruikbaar zijn in de praktijk van het onderwijs. Daarom leren de deelnemers hoe ze praktijkonderzoek kunnen doen door gezamenlijk de hele onderzoekscyclus te doorlopen. We zitten nu in de fase van het analyseren en beschrijven van het probleem dat een ieder wil onderzoeken. Dan volgen het formuleren van de doelstelling en van de vraagstelling voor het onderzoek dat daarbij hoort. De deelnemers doen dat met elkaar binnen hun eigen school en krijgen daarop in de bijeenkomsten feedback van de docent en van elkaar. Uit de reacties blijkt, dat deze werkwijze inzicht geeft in wat een onderzoekbaar probleem is, en hoe je tot een goede vraagformulering kunt komen. Hierdoor is bijvoorbeeld een van de deelnemers haar probleemstelling vanuit andere invalshoeken gaan bekijken. Zij gaat met betrokkenen in de school opnieuw om de tafel. Ze kan, dankzij de scholing, de dialoog beter onderbouwd aangaan. We zien nu al dat meer mensen in de school deelnemen aan de fase van probleemformulering en mee gaan denken over de vraag wat er nu precies aan de hand is.” Andere versnelling Carla Stokman, docent op het Ichthus College te Driehuis, heeft ontdekt dat het formuleren van de juiste vraagstelling heel moeilijk is. “Mijn collega en ik komen allebei uit de exacte hoek en zijn meer van huppekee, doen. We zijn niet zo filosofisch ingesteld. Maar door KIOSC kom je in een andere versnelling, we stellen elkaar voortdurend nieuwe vragen voordat we aan de gang gaan: heb je hier ook aan gedacht? Wat bedoel je precies? Wat wil je nu echt te weten komen? Wat is daar belangrijk aan? Is ons uitgangspunt wel goed? Het is een andere manier van denken. Ook in vergaderingen merk ik dat. Ik stel ook daar steeds meer vragen. Aanvankelijk was mijn gedachte: dat schiet niet op, je kunt overal wel vraagtekens bij zetten. Nu kijk ik daar anders naar: eerst de juiste vragen stellen, niet halsoverkop aan de gang gaan. Daardoor is het onderzoeksmatige denken en handelen ook een verrijking voor jezelf.” De eerste fase van de onderzoekscyclus kost veel tijd. Deelnemers lopen er tegenaan dat het gefocuste tijd en aandacht vraagt en het is belangrijk dat KIOSC daarin voorziet. Op een van de scholen zien de leden elkaar wekelijks om als kritische vrienden elkaar bevragen en verder te helpen met het verhelderen van probleem, doelstelling en vraagstelling. Zij merken, dat praktijkonderzoek in de school een leuke, maar tijdrovende bezigheid is, die soms ook leidt tot frustratie omdat je al pratend tot de ontdekking kunt komen dat er nog andere mogelijkheden zijn om het probleem te benaderen – en al die mogelijkheden zijn weer het onderzoeken waard. Duurzaam Op een andere school blijkt, dat bepaalde thema’s op meerdere afdelingen spelen. Afdelingen die normaal gesproken niet met elkaar samenwerken hebben nu besloten samen de thematiek te gaan verkennen met het oog op onderzoek dat kan bestaan uit deelonderzoeken die recht doen aan de specifieke context op de verschillende afdelingen. Docenten die al heel lang een onderwerp op hun wensenlijstje voor nader onderzoek hebben, vinden in het project tijd en gelegenheid om dit ook daadwerkelijk uit te voeren. Het KIOSC-project overbrugt de kloof tussen praktijk en wetenschap. Met als uiteindelijk resultaat dat schoolleiders, docenten en leerlingen vanzelfsprekend gebruik gaan maken van onderzoek in hun werk- en leerprocessen. Het is een unieke innovatie omdat het niet gaat om een geïsoleerde onderwijskundige of organisatorische verandering, maar om een duurzame innovatie als basis voor verdere onderwijsverbetering, gedragen door docenten en leerlingen. Ruud Elshof, docent op Scholengemeenschap Echnaton in Almere betreurt het dat nu veel kennis verloren gaat als een collega met pensioen gaat. Hij meent dat met het project ook de kennis meer gedeeld wordt en dus in de school blijft. Elshof is gegrepen door het project: ‘Ik ben heel hard aan ’t lezen in de onderzoeksboeken en houd een logboek bij van mijn activiteiten in KIOSC. Ik probeer vanuit de literatuur direct een link te maken met waar wij in de school mee bezig zijn. Zo zou ik het geweldig vinden als er een eigen onderzoeksprogramma voor Echnaton kwam, waarin alle docenten kunnen aangeven wat zij zouden willen onderzoeken of laten onderzoeken. Dan kunnen mensen kiezen, onderzoek doen en kennis delen met andere afdelingen.” Informatie Deelnemende scholen - Comenius College, Capelle a/d IJssel
- Pieter Zandt Scholengemeenschap, Urk
- OSG Echnaton, Almere
- Montessori College, Nijmegen
- SG Panta Rhei, Amstelveen
- Ichthuscollege-TL, Driehuis
|