Leerlingbegeleiding

Mentoraat

Om je snel thuis te voelen op je nieuwe school is het belangrijk dat je snel een paar mensen wat beter kent. Mensen waaraan je je vragen kunt stellen en die je extra aandacht geven als dat nodig is. Op het Comenius College hebben we er daarom voor gekozen om aan elke klas een of  twee mentoren toe te voegen. Dat zijn docenten die naast hun gewone lessen ook een mentorles per week hebben. Deze mentorles wordt door de mentor gebruikt om individuele gesprekken met zijn mentorleerlingen te voeren, om zo de leerlingen beter te leren kennen en eventuele problemen snel te kunnen vaststellen en oplossen. De mentoren hebben in elk geval voor de herfstvakantie met elke leerling een individueel gesprek, maar ook later in het schooljaar worden er individuele gesprekken gevoerd. Dat kan op verzoek van de mentor en/of de leerling gebeuren.
Daarnaast geeft de mentor zogenaamde Leefstijllessen, gericht op het verder ontwikkelen van sociale vaardigheden.  De mentor is tijdens de introductiedagen en andere activiteiten ook zoveel mogelijk bij zijn  of haar eigen klas, organiseert ten minste een keer per jaar een klassenuitje, volgt de resultaten, het gedrag, werkhouding en welbevinden van de leerlingen en bespreekt dit met de leerlingen, docenten en ouders.

 

Juniormentoren

De mentoren  van leerjaar 1 worden ondersteund door juniormentoren. In elke klas zijn twee derde- jaars leerlingen aangewezen als juniormentor. Deze leerlingen zijn voor de nieuwe brugklassers een laagdrempelige vraagbaak, waar ze ook in pauzes  bijvoorbeeld iets aan kunnen vragen. De juniormentoren begeleiden alle activiteiten van de eersteklassers, behalve de gewone lessen, uiteraard. Zij gaan ook mee op kamp. We merken dat de brugklasleerlingen dit erg prettig vinden.

 

Zorg

Leerlingen die meer zorg nodig hebben dan de mentor kan bieden, worden door de mentor besproken met de zorgcoördinator. Zij zorgt ervoor dat leerlingen die dit nodig hebben, de juiste aanvullende begeleiding krijgen, bijvoorbeeld van de schoolverpleegkundige of de schoolmaatschappelijk werker.

 

Dyslexie

In het begin van het jaar maken de leerlingen een volgens het ‘protocol dyslexie’ genormeerd dictee, een leestempo- en tekstbegriptoets.
Aan de hand van de resultaten worden de leerlingen die problemen hebben, eruit gehaald. Deze leerlingen krijgen extra begeleiding.

Als een leerling dyslectisch blijkt te zijn, dan worden de docenten hierover geïnformeerd en krijgt de leerling een dyslexiepas, waarop staat vermeld van welke faciliteiten de leerling gebruik mag maken. Dit gebeurt in overleg met de leerling. Op maat, dus!
Leerlingen die al een dyslexieverklaring hebben als zij worden aangemeld op onze school, worden voor aanvang van het cursusjaar met hun ouders op school uitgenodigd om vooraf te kunnen vaststellen van welke faciliteiten de leerling gebruik zal gaan maken.